Eichhuis Osann
Osann-Monzel
In 1879 werd in Osann een klein gebouw van breuksteen opgericht, dat gedurende vele decennia een centrale rol speelde voor de wijnboeren uit de regio. Tot 1972 gebruikten wijnmakers uit Osann, Monzel en omliggende dorpen het zogenaamde Eichhaus om hun eiken vaten officieel te laten meten en certificeren. De verantwoordelijkheid voor de aanstelling van de keurmeesters lag gezamenlijk bij de gemeentes Osann en Monzel.
De meting was noodzakelijk omdat het vatenvolume in de loop der tijd kon veranderen door afzettingen van wijnsteen en door het bijspannen van de vatringen. Ook nieuw vervaardigde vaten werden daar gecontroleerd.
In het interieur van het Eichhaus bevonden zich drie metalen ketels met verschillende volumes, die elk over een telwerk beschikten. Het vat werd handmatig het gebouw binnengerold en via een slang met water gevuld. Een drijver in de ketel beweegde daarbij een meetapparaat dat de exacte hoeveelheid water aangaf, zodra het vat tot de vulopening was gevuld.
Voor de aanduiding brandde de keurmeester het vastgestelde aantal liters met een verwarmde brandijzer in de bodem van het vat. Als er al een oude meting aanwezig was, moest deze eerst worden geschuurd of uitgehakt. Daarnaast werd elke handeling gedocumenteerd met een aantekening in het meetboek en de officiële stempel.
De metingen vonden voornamelijk in de herfst of winter plaats, wanneer de vaten leeg waren, omdat de wijn al was verkocht. Gemiddeld werden er jaarlijks ongeveer 40 houten vaten gekeurd. In 1972 kwam er een einde aan deze traditie: Het Eichhaus werd gesloten en de keurboeken met het officiële zegel werden door de laatste keurmeester, Klaus Müller, overgedragen aan het keuringsbureau in Trier.